Verpakkingsgedenken

de verpakking

Ontspoorde wetenschap van Frank van Kolfschooten is een adembenemend boek. Het is een vervolg op Valse vooruitgang, een studie van Van Kolfschooten uit 1993. Eigenlijk vind ik dit deel 2 nog indrukwekkender, omdat de auteur aan zelfvertrouwen heeft gewonnen en zich bij het uitzoeken bij een bepaalde zaak niet snel gewonnen geeft. Wij wisten al dat niet alles in de wetenschap bestaat uit voornaamheid, gulheid en waarheidzoekerij.

Dit boek bewijst opnieuw dat er ook in de wetenschap vrolijk op los wordt gestolen, gelogen, bedonderd en belazerd. Al hebben ze geen blaffer op zak, ook in de wetenschap lopen Holleeders en Endstra’s vrij rond. Weliswaar lijkt het zelfreinigend vermogen van de wetenschap wat sterker dan elders in de samenleving, maar soms moet je je daar ook weer niet veel van voorstellen. Het eerste hoofdstuk, Andermans veren getiteld, gaat over plagiaat. Het is hilarisch en treurig stemmend tegelijkertijd. Honderd pagina’s lang komen allerlei zaken en zaakjes voorbij, waarbij je je afvraagt hoe het komt dat al die mensen geen greintje zelfrespect hebben.

Twee kwesties vielen mij daarbij het meeste op: het plagiaat van prof. dr. René Diekstra en het plagiaat van prof. dr. Margriet Sitskoorn. De capriolen van de bekende strafrechtadvocaat Geert-Jan Knoops en die van talloze andere wetenschappers zal ik in dit korte bestek maar even buiten beschouwing laten.

Al sinds 1996 vecht René Diekstra (van: Het onderste boven en Als het leven pijn doet) voor eerherstel. Na zestien jaar is hij daar nog niet klaar mee. Soms heeft hij – door allerlei handige manoeuvres – bijna zijn doel bereikt, maar dan komt er weer zo’n vervelende kerel als Van Kolfschooten, die nog eens precies uitzoekt hoe het wel zit. Dan zit het toch weer anders met die omslagen die zogenaamd al gedrukt waren, of met die collega’s die het helemaal niet zo erg vonden dat hun naam niet werd genoemd op de titelpagina. In sommige gevallen is Van Kolfschooten – alleen door te informeren – in een bepaalde zaak partij geworden en kreeg hij een advocaat op zich afgestuurd.

Margriet Sitskoorn (van: Het maakbare brein) heeft het wat slimmer aangepakt dan Diekstra. Zij hield zich, na op plagiaat betrapt te zijn, wat meer op de achtergrond en speelde ook minder luidruchtig dan Diekstra het slachtoffer.

Maar één ding hebben deze zaken gemeen: als je maar rookwolken opwerpt, als je maar doorgaat met het aankaarten van allerlei formele regeltjes, zodat je aan het eigenlijk delict niet meer toekomt, dan heb je een kans te ontsnappen. Er komt een moment dat iedereen er van af wil. Heel leerzaam. Dan wordt het dossier gesloten en weet eigenlijk niemand meer of de verwijten al of niet terecht zijn geweest.

In de tijd wordt alles kleiner.

Wat Diekstra en Sitskoorn ook gemeen hebben is dat zij, ondanks alles, toch gewoon als professor werkzaam zijn. Diekstra is professor aan de Roosevelt Academy, hoewel dat instituut zelf geen professoren mag benoemen. Vreemd, nietwaar, want bij zijn vertrek uit Leiden heeft Diekstra de professorstitel moeten opgeven. Margriet Sitskoorn kreeg, ondanks haar ‘handig knip- en plakwerk’, een aanstelling tot professor in Tilburg.

Was dat ook niet de universiteit waar Diederik Stapel furore heeft gemaakt?

Kortom: Ontspoorde wetenschap, een belangrijk boek.

Bovenstaande tekst leidde me in gedachte terug naar de jaren tachtig. In die tijd, ik was nog student aan de kunstacademie, constateerde ik een soortgelijk fenomeen als hierboven beschreven, maar dan het equivalent ervan in de beeldende kunst. In de wetenschap zorgden ‘perverse financiële prikkels’ ervoor dat er plotseling een aantrekking vanuit ging die niet meer perse uit enthousiasme, innerlijke drang of fascinatie ontstond maar meer was gericht op het vooruitzicht van subsidies of ander geldelijk gewin. Menig wetenschapper diende niet meer de wetenschap maar het eigen ego, hierdoor in staat gesteld door beoordelingscommissies die louter beoordeelden op het aantal publicaties in populaire tijdschriften of het aantal gedane onderzoeken. De verpakking was belangrijker dan de inhoud.

Dit verpakkingsdenken kwam ik ook tegen in de beeldende kunst. We zijn steeds meer gaan kijken naar de uiterlijke verschijningsvorm dan naar het wezen van de dingen. Ook hier speelt geld een rol. Geld is zelf een abstractie van werkelijke waarde en rijkdom. Geld lijkt een hypnotiserende werking te hebben op mensen. Zodra er geld verdiend kan worden hebben we het plotseling niet meer over een innerlijke drang om tot vorm te komen maar over het maken van een product dat verkocht moet worden. Een product waarvan men weet dat het effectief is en dat de klant het herkent en wil hebben. Op dat moment is de aandacht van het wezen van de dingen verschoven naar de herkenbare uiterlijke verschijningsvorm met als enig resultaat oppervlakkigheid. Bij degelijke wetenschap en goede kunst vallen vorm en inhoud samen als 1 geheel maar hier is de verpakking losgemaakt van de inhoud. Men verkoopt op basis van de uiterlijke verschijningsvorm. En de verpakking is altijd groter dan de inhoud! Verpakkingen zijn aantrekkelijk, zelf als er geen inhoud in besloten ligt. Niet voor niets houden kinderen van ballonnen.

Waar zijn de tijden gebleven dat iemand zonder een brandend talent en innerlijke noodzaak er niet over peinsde om het beroep van kunstenaar te kiezen, met het povere vooruitzicht van een zolderkamer zonder verwarming en eeuwig geploeter zonder waardering? Die tijden brachten de werkelijke kunstenaars voort. Nu heb je kunstenaars met een businessplan en een netwerk, en een cv waarin niets vermeld staat over de aard van het werk maar wel degelijk een opsomming van verkregen subsidies en exposities. Met weemoed bekijk ik de zwart-wit foto’s waarop Picasso en Mondriaan  kou-kleumend bij een klein houtkacheltje zich omringd weten door schilderdoeken  waarop de aanzetten zichtbaar zijn van de revoluties die ze in schilderland hebben teweeg gebracht. De fonkeling in hun ogen is onmiskenbaar. In deze tijden moet ik het helaas doen met een leger aan over het paard getilde en zichzelf overschattende verpakkings-kunstenaars wiens werk in het algemeen nergens over gaat en zeker geen vervolg is op alle verdiensten die de kunstgeschiedenis ons gebracht heeft. Zodra koning ‘geld’ het voor het zeggen heeft verdwijnt de inhoud en houden we slechts een dun laagje schijn over.