recursief systeem 4

recursief systeem 4

recursief systeem 4
recursief systeem 4
recursief systeem 4
recursief systeem 4
recursief systeem 4
recursief systeem 4

In de jaren na de ‘kunstacademie’ ontwikkelde ik een aantal opvolgers van mijn tijdens de opleiding gemaakte recursieve kunstwerken.
Ik schreef in die tijd de volgende tekst, illustratief voor de totale overgave in mijn werk.
Er is als het ware sprake van het visualiseren van een structuur waarvan de werking gebaseerd is op het combineren van wetmatigheden op een wijze dat er een soort meerwaarde ontstaat.
Het is mijn bedoeling voor deze structuren de meest gunstige verschijningsvorm te vinden.
De gebruikte maten, formaten en kleuren komen voort uit het verlangen de meest volledige abstractie te verkrijgen van een bepaalde, in een ander hoedanigheid ontdekte structuur. De structuur biedt voorwaarden aan de hand waarvan schilderend een beeld kan ontstaan.
Het ontwikkelen van deze meest gunstige vorm is een proces van telkens zinnig beperkende grenzen trekken waarbinnen welke zich vorm en kleur afspelen.
Het kan belangrijk zijn in de opbouw van het totaalbeeld telkens die beperkingen te vinden in de vorm die geen beperking betekenen in de inhoud. Deze wijze van omgang met vrijheid behelst een langzaam maar zeker limiteren ervan volgens de leidraad van de innerlijke noodzaak van het totaalbeeld waardoor de keuzes die gemaakt worden een zin krijgen en zelfs noodzakelijk zijn in het verkrijgen van dit totaalbeeld.
Er ontstaat een besef van het mechanisme van de vorm door een bewuste omgang met de opbouw van het totaalbeeld in al zijn niveaus van fases en verwijzingen.
Dit kan uiteindelijk leiden tot een situatie van bindende voorwaarden van vorm en kleur waarbinnen echter nog op het niveau van de uitvoering (schilderen) beslissingen genomen moeten worden om tot een uitspraak te komen. Hierdoor ontstaat de omstandigheid waarin voor het zichtbaar maken van 1 structuur meerdere verschijningsvormen noodzakelijk zijn.

1987, ik was nog een jong, energiek en gedreven kunstenaar, net een paar jaar van de academie en in jeugdig enthousiasme bereid persoonlijk het voorbereidend werk van Piet Mondriaan, Frank Stella, Paul Klee, Tom Phillips, Malevic en al die andere min of meer formeel abstracte kunstenaars een revolutionair gevolg te geven. Ik was vrijwel immuun voor succesbejag, stromingen, mode en trends hoe gemakkelijk het ook was geweest mee te stromen naar een dergelijk schijnsucces. In mijn werk was ik stoïcijns bezig met het autonome mechanisme van vorm, de psychologie van het kijken en het vinden van conceptachtige vondsten die de potentie hadden uitgevoerd te worden op een intuïtief zoekende wijze van tekenen ( In die tijd heerste voor een periode de brutale, groteske en onorthodoxe schilderkunsten van de zogenaamde jonge Wilden en galeries, commissies, musea en critici kletsten elkaar allemaal naar de oren om elkaar ervan te overtuigen dat er werkelijk iets speciaals aan de hand was).

Voornoemde kunstenaars, Mondriaan en consorten, hadden reeds heel goed door dat abstractie niet voort kwam uit het steeds verder misvormen of vervormen van de waargenomen werkelijk maar een totaal onafhankelijke beeldtaal behelsde die voorbij het normale kijken en denken gaat. Mondriaan was genoodzaakt hiervoor uiteindelijk zeer beperkende maatregelen te nemen in vorm en kleur maar kon hierdoor wel zeer nauwkeurige afwegingen maken. Sommige schilderijen zouden na elke minuscule verschuiving van een lijn of een vlak een totaal verschillend effect in de waarneming sorteren. Dat effect was, naast het gevoel dat elke millimeter telde, voor hem belangrijk. Het was tevens afgelopen met hinderlijke associaties of suggesties van herkenbare figuraties. Het betekende een einde aan het oeverloze gezwets over interpretatie, betekenis en herkenning. Het werd abstractie vanuit het directe vormdenken en niet meer vanuit het vervormen van werkelijkheid.
Kon je als kunstenaar streven naar de meest gunstige verschijningsvorm van een bepaald effect? Was het noodzakelijk in dat geval om streng te zijn in de beperking van vorm?
Ik vond het in elk geval nodig dat een kunstenaar die dat kon waarmaken tot het uiterste moest gaan om hier mee bezig te zijn. Ik besefte zeer wel dat er meer speelruimte moest komen voor de intuïtieve aanvulling op het denken. Bij het nemen van lastige beslissingen blijkt bewust nadenken lang niet altijd te leiden tot de beste beslissing.
De verwerkingscapaciteit van ons bewustzijn is veel kleiner dan die van het onderbewustzijn.
Ik werkte vanuit een soort noodlottige of noodzakelijke innerlijke drang en was mijn hele leven al zo intensief met tekenen en schilderen bezig geweest dat ik dacht in vorm in plaats van woord. Zodoende kon ik als het ware die onbewuste kwaliteit gunstig inzetten.
Er ontstonden op een bepaald moment i.p.v. eenvormige werken vormsystemen waarbinnen op een losse wijze meerdere uitvoeringen mogelijk en zelfs noodzakelijk waren om een vollediger beeld te krijgen. Ik noemde ze recursieve systemen omdat de dragende kracht erachter voornamelijk bestond uit het naar zichzelf verwijzen, zichzelf herhalen, gelaagdheid, volgorde en tactiek. De uiterlijke verschijningsvorm van de onderdelen van het werk was nauwelijks van belang en stond in dienst van het mechanisme van de vorm.
Op een gegeven moment ontstonden er zeer overzichtelijke, vanuit een concept gestart maar binnen het terrein van de intuïtie gemaakte werken die geen millimeter verandering konden verdragen zonder het totale effect van het mechanisme van de vorm te vernietigen.
Op deze wijze werkend beheers je als kunstenaar steeds meer de oriëntatie op het platte vlak. Je krijgt steeds meer macht over de middelen en ziet sneller slimme tactische oplossingen in volgorde en vorm. Later, vele jaren later, toen ik uit praktische overwegingen toegepast illustratief werk ging maken kwam dat zeer van pas en kon ik me in zeer korte tijd op dit voor mij nieuwe gebied snel ontwikkelen en nog veel later bleek lesgeven familie te zijn van zowel de diepte van de pure abstractie als wel het op deadline, maakproces, resultaatsdenken en communicatie gebaseerde illustratieve opdrachtenwerk.